Even verzamelen…
Je activiteit komt eraan.
Je activiteit komt eraan.
Een langwerpig blad met een stevige middennerf.
Verzamel je spullen en vink ze af.
Neem rustig de tijd en controleer de randen voordat je een vouw aandrukt.
Begin met 1 vierkant origamivel van 15 × 15 cm. Bekijk bij iedere stap hoe je papier eruit komt te zien. Lees eerst de uitleg en vouw daarna rustig mee.
Maak een middenvouw en open die. Vouw twee aangrenzende randen naar deze middenlijn.
Een stippellijn is een vouwlijn. De pijl laat zien waar het papier heen gaat. Dit schema legt de basistechniek uit; de stappen hieronder beschrijven jouw model.
De stapbeelden zijn met AI gemaakt als visuele hulp bij de vouwuitleg.
Vink af wat je hebt gedaan. Lekker op jouw tempo.

Leg het vierkant als ruit. Maak een verticale middenvouw en open het papier.

Vouw de twee onderste schuine randen naar het midden: er ontstaat een vlieger.

Vouw ook de twee bovenste schuine randen naar het midden. Je hebt nu een smalle ruit.

Vouw de ruit in de lengte dubbel, met alle losse randen binnenin.

Maak vanaf de onderpunt een paar lichte schuine vouwtjes in beide lagen en open die weer. Dit zijn de zijnerven.

Open het blad een klein stukje langs de middenvouw. Laat het licht gebogen liggen.
Druk de nerven zacht aan, zodat je blad niet scheurt bij de scherpe punt.
Een vouw klopt niet? Open rustig tot de laatste stap die wel goed zat. Begin met een groter vel als kleine flapjes lastig zijn.
Probeer effen papier, een patroon of een andere maat. Gebruik voor een eerste poging dun papier met twee verschillende kanten: zo zie je makkelijker welke laag je vouwt.
Bekijk alle 30 origamimodellen →Print de afbeeldingen en uitleg om naast je vouwpapier te leggen.