Even verzamelen…
Je activiteit komt eraan.
Je activiteit komt eraan.
Vind een activiteit die past bij jouw kleine ontdekker.
Tel de stippen. Schrijf het getal.
Een speelse start met cijfers.
KNUTSELENEen bosvriendje om zelf te maken.
Welke letters herken jij?
Kijken, herkennen en omcirkelen.
Maak van je wandeling een ontdekking.
Oefenen met optellen tot tien.
Ontdek cirkels, driehoeken en vierkanten.
Kijk goed en maak het patroon af.
Samen spelen met klanken en woorden.
KNUTSELENEen kleurrijk boeket van papier.
Ontdek hoe snel je in sprongen telt.
Vind zes woorden voor koude dagen.
Ga naar buiten en gebruik je zintuigen.
KNUTSELENKnip, krul en geef jouw leeuw een eigen karakter.
KNUTSELENTwee waaiertjes veranderen in kleurrijke vleugels.
KNUTSELENEen vrolijke wolk voor aan de muur of het raam.
KNUTSELENBouw een papieren raket voor een verre ruimtereis.
KNUTSELENMaak een kruipvriendje met een lijf van papieren schakels.
KNUTSELENLaagje voor laagje ontstaat jouw eigen onderwatervriend.
KNUTSELENEen bosbewoner van papier met een lekker warrige rug.
KNUTSELENZwart, wit en een beetje oranje: klaar voor de sneeuw.
KNUTSELENDrie gevouwen bloemen vormen samen een tulp met diepte.
KNUTSELENVandaag ben jij de ontwerper van een echte feestkroon.
KNUTSELENEen klein zelfgemaakt cadeautje voor iemand die je lief vindt.
KNUTSELENDit grappige boekenmonstertje bewaakt waar je gebleven bent.
KLEURPLATENGeef dit slimme bosvriendje jouw lievelingskleuren.
KLEURPLATENKleur de oren, de pootjes en het vrolijke snuitje.
KLEURPLATENEen eigenwijze kat met hoekjes om in te kleuren.
KLEURPLATENGeef deze lieve hond een kleurrijke vacht.
KLEURPLATENBruin, blauw of bont: jij kiest de kleuren van deze beer.
KLEURPLATENOok een panda mag vandaag alle kleuren hebben.
KLEURPLATENGeef de manen van deze leeuw een vrolijk patroon.
KLEURPLATENKleur de slurf en ontdek alle vouwvlakken.
KLEURPLATENEen lange nek en heel veel ruimte voor jouw ideeën.
KLEURPLATENGeef dit wintervriendje een feestelijk jasje.
KLEURPLATENKleur de vleugels van deze kleine nachtvogel.
KLEURPLATENWelke kleuren krijgt jouw papieren fladdervriend?
KLEURPLATENMaak de vleugels hetzelfde of juist helemaal anders.
KLEURPLATENLaat jouw vis zwemmen in een zee van kleuren.
KLEURPLATENKleur ieder vlakje van het schild op jouw tempo.
KLEURPLATENGroen of lekker gek: geef deze kikker jouw kleuren.
KLEURPLATENDrie tulpen die met jouw kleuren gaan bloeien.
KLEURPLATENKleur de zeilen en bedenk waar jouw boot naartoe vaart.
KLEURPLATENMaak een kleurrijke raket voor een verre ruimtereis.
KLEURPLATENGeef deze vriendelijke draak magische kleuren.
PAPER DRAGONSBouw een handpop met een bewegende bek, scherpe papieren hoorns en een vurige kuif.
PAPER DRAGONSMaak een koele draak met kristalvormige hoorns, ijsblauwe schubben en een bewegende bek.
PAPER DRAGONSEen eigenwijze handpop met bladhoorns, laagjes schubben en een vrolijke beweegbare snuit.
ORIGAMIEen kattenkop met twee rechtopstaande oren.
ORIGAMIEen vrolijke hond die je met een paar vouwen maakt.
ORIGAMITwee grote oren en een scherpe snuit van één vierkant.
ORIGAMIEen konijnenkop met twee lange, smalle oren.
ORIGAMIEen vriendelijke berenkop met kleine omgevouwen oren.
ORIGAMIEen platte varkenskop met een omgevouwen neusje.
ORIGAMIEen echte origami-uitdaging met een lange hals en open vleugels.
ORIGAMIEen klein zwart-wit vogeltje van dubbelzijdig papier.
ORIGAMIEen lange, rustige walvis met een gevouwen staartvin.
ORIGAMIEen driehoekbasis wordt een vis met twee staartflappen.
ORIGAMIEen luchtige vlinder uit een dubbele driehoek.
ORIGAMIEen eenvoudige platte bloem voor je papieren tuin.
ORIGAMIEen langwerpig blad met een stevige middennerf.
ORIGAMIEen platte boom uit een vliegervorm met een zigzagstam.
ORIGAMIEen smal vliegtuig met twee stevige vleugels.
ORIGAMIHet bekende papieren bootje uit een rechthoek.
ORIGAMIEen platte zeilboot met een groot en een klein zeil.
ORIGAMIEen driehoekige hoed met een omgeslagen rand.
ORIGAMIEen klein open zakje voor papieren schatten.
ORIGAMIVouw een gevel en teken wie er achter het raam woont.
ORIGAMIEen hoekig hart met twee afgeronde bovenkanten.
ORIGAMIEen driehoekig zakje dat over een bladzijde schuift.
ORIGAMIEen klein envelopje zonder lijm voor een briefje.
ORIGAMIEen vouwspelletje voor kleuren, getallen en grappige opdrachten.
ORIGAMIEen klein masu-doosje voor paperclips of andere schatten.
ORIGAMIEen plat windmolentje van een gevouwen vierkant.
ORIGAMIEen feestelijke helm met twee gevouwen punten.
ORIGAMIEen zigzagwaaier om open te spreiden.
ORIGAMIKoppel gevouwen punten tot een papieren kroon.
ORIGAMIVouw een uitklapboekje voor een verhaal in acht scènes.

Rol een lange sliert op tot een slakkenhuis. Geef jouw slak een vrolijk gezicht.

Een bol schild, vier kleine pootjes en een nieuwsgierig kopje: jouw schildpad komt tot leven.

Maak een kleine egel met een puntig snoetje en zachte kleistekels.

Twee grote ogen en kleine vleugels maken van een bolletje klei een wijze uil.

Vorm een kleurrijke vis en druk zelf schubben en vinnen in de klei.

Rol acht armen voor jouw eigen octopus. Krul elke arm een andere kant op.

Leg gekleurde bolletjes achter elkaar en maak een vrolijke rups.

Een rood ruggetje, zwarte stippen en twee ogen: een klein geluksvriendje van klei.

Boetseer een konijntje met lange oren, ronde voetjes en een roze neusje.

Maak een zittende kat met puntoren en een staart die om haar heen krult.

Geef deze kleine vos een dikke staart, witte wangen en een nieuwsgierig snoetje.

Een ronde buik, kleine oren en stevige pootjes: maak je eigen kleibeer.

Zet een rode hoed op een stevige steel en versier hem met lichte stippen.

Druk vijf bolletjes plat tot bloemblaadjes en maak een zonnig hartje in het midden.

Boetseer een blad en teken de nerven met een stompe kleispaan.

Maak een cactus met korte zijarmen in een terracotta potje. Water geven hoeft niet!

Buig vier gekleurde slierten tot een regenboog voor op je tafel.

Vijf bolletjes worden samen een zachte wolkenvorm met een vrolijke glimlach.

Druk groeven in een oranje bol en voeg een groen steeltje en blaadje toe.

Maak een rode aardbei met een groene kroon en kleine ingedrukte pitjes.

Boetseer een hoorntje met een bolletje klei-ijs. Leuk voor je eigen speelwinkeltje.

Een kleicupcake met een gedraaide toef en een klein bolletje bovenop.

Maak een ronde kleidonut met een laagje roze glazuur en gekleurde kleisprinkels.

Beleg je mini-pizza met tomatensaus, kaas en groenten, allemaal gemaakt van klei.

Bouw een klein huisje met een blauw dak. Teken zelf de deur en ramen.

Geef jouw vriendelijke monster één groot oog, kleine hoorntjes en een brede lach.

Maak een hartje en versier het met stippen, een patroon of je eigen voorletter.

Buig kleisliertjes tot de letters van je naam en druk ze op een zelfgemaakt bordje.

Vorm met je duim en vingers een schaaltje voor kralen, steentjes of andere kleine schatten.

Maak een stevige houder voor een kaartje of foto en versier de voorkant met een bloem.

Twee witte rondjes, een wortelneus en een felroze sjaal. Jouw sneeuwpop heeft het heerlijk warm!

Ontwerp een warm paar papieren wanten met roze boorden en een oranje verbindingslint.

Stapel groene driehoeken tot een boom en versier hem met knalroze en oranje kerstballen.

Een zonnig geel kuiken kijkt boven een witte eierschaal uit. Klaar om de lente te ontdekken!

Laat drie grote papieren bloemen groeien in roze, geel en oranje. Deze tuin blijft altijd bloeien.

Een geel lijfje, zwarte strepen en twee witte vleugels: jouw bij vliegt zo de bloementuin in.

Geef de zomer kleur met een gele zon, oranje stralen en knalroze wangen.

Groen, wit en knalroze papier worden samen een zomerse watermeloen met kleine zwarte pitjes.

Ontwerp een roze papierijsje met een hoorntje en felle sprinkles. Het smelt nooit!
1. ● ● → 1 2 3
2. ● ● ● ● → 3 4 5
3. ● → 1 2 4
Tel hardop. Omcirkel het getal dat bij de stippen hoort.
1. Kleur de cirkels geel: ○ △ ○ □
2. Kleur de vierkanten rood: □ ○ △ □
3. Kleur de driehoeken blauw: △ □ △ ○
Luister naar de opdracht. Wijs aan en kleur.
1. ○ △ ○ △ ○ ____
2. □ ○ □ ○ □ ____
3. △ △ ○ △ △ ____
Kijk naar de rij. Teken de volgende vorm op de lijn.
1. ● ● ● ● ● ● Hoeveel?
2. ● ● ● ● ● ● ● ● Hoeveel?
3. ● ● ● ● ● ● ● ● ● ● Hoeveel?
Tel de stippen. Schrijf of wijs het antwoord aan.
1. maan: muis / vis
2. sok: boom / soep
3. vis: vos / kat
Een volwassene leest de woorden rustig voor. Omcirkel het woord dat met dezelfde klank begint.
1. 1, 2, __, 4, 5
2. 3, 4, __, 6, 7
3. 5, __, 7, 8, 9
Tel verder en schrijf de ontbrekende getallen. Je mag een getallenlijn gebruiken.
1. 7 + 3 =
2. 12 + 4 =
3. 9 + 6 =
Reken uit. Gebruik blokjes of een getallenlijn als dat helpt.
1. De kat zit op de m_t. Kies: a / o
2. Ik zie de z_n. Kies: u / o
3. De v_s zwemt. Kies: i / a
Kies de juiste letter en schrijf het hele woord. Lees de zin daarna hardop.
1. Welke kleur heeft de bal?
2. Waar rolt de bal onder?
3. Wie pakt de bal?
Lees het verhaaltje. Beantwoord de vragen.
1. 24 + 15 =
2. 38 + 7 =
3. 56 + 26 =
Reken uit. Schrijf eventueel een tussenstap op.
1. kat →
2. boom →
3. vis →
Schrijf het meervoud. Voorbeeld: boek → boeken.
1. Wat wil Mila maken?
2. Waar vindt ze de lijmstift?
3. Waarom rolt de lijmstift niet meer weg?
Lees de tekst. Schrijf je antwoorden op.
1. 6 × 7 =
2. 8 × 4 =
3. 9 × 6 =
Maak de sommen. Bij delen kun je aan een keersom denken.
1. Er staan drie (boom) in de tuin.
2. We vullen twee (fles) met water.
3. De (kat) liggen in de zon.
Schrijf de goede vorm van het woord tussen haakjes.
1. Waarom kiest de klas bakken?
2. Wat doet het groepje op dinsdag?
3. Waardoor verdort een plant?
Lees de tekst en zoek de informatie die je nodig hebt.
1. 1/2 van 24 =
2. 1/4 van 36 =
3. 3/4 van 20 =
Bereken welk deel je nodig hebt. Schrijf ook een korte tussenstap op.
1. Ik (lopen) naar school.
2. Zij (maken) een kaart.
3. Wij (fietsen) naar het park.
Vul de juiste vorm van het werkwoord in. Alles gebeurt nu.
1. Welke vraag onderzoeken de leerlingen?
2. Welke drie dingen houden ze hetzelfde?
3. Welke brug draagt in deze proef meer muntjes?
Lees het verslag en denk na over een eerlijke vergelijking.
1. 10% van 240 =
2. 25% van 80 =
3. 50% van 36 =
Bereken het gevraagde deel. Laat bij de verhaalsommen zien hoe je rekent.
1. Gisteren (maken) ik een tekening.
2. Wij (fietsen) naar het bos.
3. De hond (blaffen) hard.
Vul de verleden tijd in. Let op enkelvoud en meervoud.
1. Noem één controleerbaar feit uit de tekst.
2. Welke mening geeft Ilias?
3. Welk voordeel noemt Sara?
Lees beide standpunten. Gebruik alleen informatie uit de tekst.
1. Voor 4 personen is 300 gram rijst nodig. Hoeveel voor 6 personen?
2. Op een kaart met schaal 1 : 100.000 liggen twee plaatsen 3 cm uit elkaar. Hoeveel kilometer is dat?
3. Een fietser rijdt 18 km in 1 uur. Hoe ver in 20 minuten bij dezelfde snelheid?
Schrijf je berekening op en vergeet de eenheid niet.
1. Vandaag (worden) mijn broer twaalf.
2. Gisteren (gebeuren) er iets bijzonders.
3. Wij hebben de kamer (versieren).
Vul het werkwoord in. De zin vertelt welke tijd je nodig hebt.
1. Hoeveel wegwerpbekers minder werden er in de proefweek geteld?
2. Waarom bewijst dit niet dat alleen het bericht de daling veroorzaakte?
3. Wat kun je op basis van de telling wel zeggen?
Lees het bericht. Maak onderscheid tussen resultaten en conclusies.