Even verzamelen…
Je activiteit komt eraan.
Je activiteit komt eraan.
Een eigenwijze handpop met bladhoorns, laagjes schubben en een vrolijke beweegbare snuit.
Verzamel je spullen en vink ze af.
Help jonge kinderen bij het knippen. Laat de lijm tussen de stappen even drogen.
De schema’s laten de constructie zien. De voorbeeldafbeelding geeft inspiratie voor de versiering; volg voor de maten en handlussen de uitleg hieronder.
Vink af wat je hebt gedaan. Lekker op jouw tempo.
Teken op stevig karton twee rechthoeken van 8 × 12 cm en knip ze uit. Rond de twee hoeken van één korte zijde van elke rechthoek af: dat wordt de voorkant van de snuit. Bekleed één kant van beide stukken met gekleurd papier; dit zijn straks de buitenkanten.
Leg de twee kaken met de buitenkant onder, met de rechte korte achterkanten tegenover elkaar en 2 mm ruimte ertussen. Verbind alleen deze achterkanten met een strook soepel plakband van ongeveer 8 cm lang. Vouw de kaken als een boek op elkaar. Verstevig de buitenkant van het scharnier met een tweede strook tape terwijl de bek dicht is. Test of de bek makkelijk opent.
Knip twee stukken gekleurd papier van ongeveer 7 × 10 cm voor de binnenkant van de bek. Plak op iedere kaak één stuk en houd het scharnier vrij. Knip witte tanden van circa 1,5 cm hoog, elk met een extra plakrandje van 0,5 cm. Vouw de randjes om en plak ze langs de zijkanten van de binnenste bek. Laat de tanden afwisselend verspringen, zodat de bek nog dicht kan.
Knip een kartonnen strook van 3 × 18 cm voor je vingers en een van 3 × 12 cm voor je duim. Buig ze tot losse bogen en plak alleen de twee uiteinden met tape op de buitenkant van de kaken: de lange boog boven, de korte onder. Plaats ze halverwege de snuit, dwars op de lengte. Pas eerst los om je hand en maak de bogen zo nodig langer. De lussen moeten ruim zitten en mogen je vingers niet afknellen.
Knip twee ogen van ongeveer 3 cm. Maak twee smalle bladeren van 6 cm als hoorns en vier kleinere bladeren voor de kuif. Geef elk blad een extra plaklip van 1 cm, vouw het blad in de lengte en teken nerven. Vouw de plaklippen om en plak de ogen en bladhoorns op de bovenkaak, naast de vrije vingerlus.
Knip twaalf kleine halve rondjes voor schubben. Plak ze in overlappende rijen op de zijkanten, van achter naar voor; plak alleen de rechte rand vast. Laat de lijm drogen, pas de lussen en test het praten met de bek. Houd de schubben weg van het scharnier en knip tanden korter als ze botsen.
Houd het scharnier vrij van lijm en versiering. Zijn de kaken slap? Plak een extra laag karton op elke kaak, zonder het scharnier te bedekken. Zit een lus te strak? Maak een langere; trek je hand er niet met kracht doorheen.
Gebruik dun papier voor de bladeren en schubben. Zo blijft je draak licht en beweegt de bek makkelijker.
Maak een herfstdraak met roestbruine bladeren of een bloemendraak met kleine papieren bloesems.
Voor in de klas: maak eerst één proefmodel, werk daarna per duo aan de basis en ontwerp ieder je eigen draak. Reken op twee lessen als je uitgebreid wilt versieren.
Print de zes stappen met schema’s om naast je neer te leggen.