Werkwoorden door elkaar
Vul het werkwoord in. De zin vertelt welke tijd je nodig hebt.
Vandaag (worden) mijn broer twaalf.
Gisteren (gebeuren) er iets bijzonders.
Wij hebben de kamer (versieren).
(vinden) jij dit een goed plan?
Vorige week (verhuizen) onze buren.
Zij heeft mij gisteren (bellen).