Werkwoorden in de tegenwoordige tijd
Vul de juiste vorm van het werkwoord in. Alles gebeurt nu.
Ik (lopen) naar school.
Zij (maken) een kaart.
Wij (fietsen) naar het park.
Jij (vinden) een veer.
De hond (worden) nat.
(vinden) jij de sleutel?
Je activiteit komt eraan.
Vul de juiste vorm van het werkwoord in. Alles gebeurt nu.
Print op A4, staand. Je kunt in het afdrukvenster ook kiezen voor opslaan als PDF.
Vul de juiste vorm van het werkwoord in. Alles gebeurt nu.
Ik (lopen) naar school.
Zij (maken) een kaart.
Wij (fietsen) naar het park.
Jij (vinden) een veer.
De hond (worden) nat.
(vinden) jij de sleutel?
Deze antwoorden worden niet meegeprint met het werkblad.